De aanname – Nooit meer steeds weer

Indië Herdenking 2025

Ik doe een aanname als ik denk dat nagenoeg iedereen hier is opgegroeid in Nederland.
Misschien niet iedereen, maar een groot deel. Grote kans.

Ik doe een nog grotere aanname als ik zeg dat iedereen aanwezig — oké, het grootste gedeelte — enig pigment heeft in hun huid, misschien een vouw in hun oogleden.
Plus: de meesten zijn niet heel lang.

Wellicht een kleine neus, groot karakter, vlotte babbel of gepaste malu.
Liever in de schaduw, onzichtbaar als het moet, snoeihard als het kan.

Aannames, maar grote kans.

Hardwerkend, soms lachwekkend, op een goede manier.
Koken lekker.
Enak sekali, tempo dulu, meneer.

Ja, het verleden is complex — al helemaal als je wat laat sorry zegt en meermaals per jaar “nooit meer”.

We zeggen “nooit meer”, toch steeds weer.
We hebben van alles geprobeerd, genegeerd, ons gegeneerd, doodgezwegen, getransformeerd tot meer dan de som der delen, in de uitkomst van een rekensom des levens.

Van businessmodel naar modelminderheid,
van het verleden in het oosten tot het westerse heden.
En wat ging het snel, als ik de geschiedenisboeken begrijp.
Als ik aanneem wat anderen over ons schreven: wat is het fijn om te mogen bestaan in wat de ander over mij wil aannemen.

Als de geschiedenis zich werkelijk beweegt in cirkels, wil ik dan haaks staan tegen de kruizen en die kringen openbreken?
Of andersom: de driehoeksteen van de samenleving verwerken in een muur of een gazon?

We zijn de melati door het beton,
maar ook de merah putih aan de muren van het Kraton.
De hubungan voelbaar in Hatert.

Maar in mijn aanname is er de laatste tijd wel iets aan de hand.

Het voelt anders.
Als elke dag een slametan.
Langzaam staat alles in vuur en vlam, van het zand van de kust tot de moerassen in het binnenland.

Al is het ramadan, nyepi of kerst — misschien een aanname, maar hoe kan het dan dat je iets herdenkt wat zich op dit moment voltrekt

Wat moet ik hiervoor aannemen, make it make sense!

Is het dat geschiedenis wordt geschreven in elke omgeving, maar wel door zij die overwinnen?
Dat elke noodzaak tot revolutie valt te relativeren?
En dat “nooit meer” en “nooit weer” naast elkaar bestaan?
Is mijn aanname, want ik observeer het, en volgens mij ben ik hier niet alleen in.

Kunnen we aannemen dat er zoiets bestaat als de universele rechten van de mens?
Kunnen we aannemen dat, als die wankel staan, je daarvoor vecht?
Kunnen we aannemen dat we misschien niet zoveel verschillen van de rest?
Kan ik van je aannemen dat je “nooit meer” meent als je “nooit meer” steeds weer zegt?